Na 25 jaar in Portugal: eindelijk mee met de Engelsen (en de Nederlanders) 

Toen we in 1999 naar Portugal verhuisden, dacht ik: als ik hier ga wonen, dan wil ik ook écht integreren. Geen bubbel, geen expatfeestjes, geen Nederlandse enclave. Gewoon: onderdompelen in de Portugese cultuur, de taal leren, vrienden maken in het dorp.

En eerlijk is eerlijk, in het begin ging dat best aardig. De buurvrouwen kwamen groenten brengen, brood, soms zelfs met hun schapen om het gras in onze tuin te “maaien”. We werden uitgenodigd om mee te eten, we dronken een glas wijn bij de buren. Het was warm, hartelijk, welkom.

Maar er zat een grens aan. Hoe goed ik de taal ook leerde, hoe vaak we ook samen aan tafel zaten: vriendschappen zoals ik die kende uit Nederland, ontstonden niet. De gesprekken waren vriendelijk, maar oppervlakkig. En dat bleef jarenlang zo.

Toch hield ik vast aan mijn eigen overtuiging: als ik iets deed, dan moest het met Portugezen.

Een schuifpui en een reality check

We hebben in de loop der jaren talloze verbouwingen gedaan, altijd met lokale aannemers. Alleen die ene keer, toen we een schuifpui lieten maken, schakelden we buitenlanders in. En eerlijk? Dat was een verademing. Afspraken die werden nagekomen, duidelijkheid, efficiëntie. Toch bleef dat voor mij een uitzondering. Want vriendschap met “buitenlanders”? Nee, daar hield ik de deur bewust voor dicht.

Tot ik via mijn Portugese Pilatesgroepje kennismaakte met Laura, een Engelse yogadocente. Eerst volgde ik yogales bij haar. Toen stelde ze me voor aan een wandelgroep. En voor ik het wist, liep ik op een zondagochtend mee met een groep Engelsen.

En ik vond het… leuk.

Foto: Mike Edwards

Zingen tussen de Engelsen

Via Laura belandde ik ook in een koor: The Serra Tones. “Zingen? Maar ik kan helemaal niet zingen!” riep ik nog. “Geeft niks,” zei ze, “de drempel is heel laag.” En inderdaad: iedereen mag meedoen.

De eerste keer voelde ongemakkelijk. Het Engels ging snel, ik verstond er de helft niet van. Maar iedereen was zo hartelijk, dat ik toch bleef. Gaandeweg kwamen er ook Nederlanders en Duitsers bij en voelde het koor steeds meer als een bont internationaal clubje.

Foto: Bob Goud

Wandelen met Nederlanders

En toen was er ineens Wandel Woensdag. Tijdens een wandeling in ons dorp ontmoette ik drie Nederlandse vrouwen. Ze vertelden dat ze wekelijks samen liepen. Ik floepte er spontaan uit: “Mag ik eens mee?”

Dat mocht. En zo wandel ik nu iedere woensdag met een groepje Nederlandse vrouwen (en soms een man). We kletsen, lachen, leren elkaar beter kennen. Simpel, gezellig, en precies wat ik blijkbaar al die jaren heb gemist.

Waarom zo lang gewacht?

Nu, anderhalf jaar later, vraag ik me af: waarom heb ik dit niet eerder toegelaten? Waarom vond ik dat ik moest integreren, koste wat het kost?

Het Portugese leven is prachtig. Ik ben blij dat ik de taal spreek en me thuis voel in mijn dorp. Maar vriendschap laat zich niet afdwingen. En contact met andere buitenlanders maakt mijn leven nu zoveel rijker, leuker en lichter.

Misschien had ik dit al die jaren nodig: toestemming van mezelf om niet zo streng te zijn.

En jij? Heb jij ook weleens strengere regels voor jezelf gemaakt dan nodig was?

Share your love

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *